Vorige pagina

Verslag NVVL-FNLI symposium 'Meer voedingsvezels: welke, waarom en hoe?'

Er is een enorme diversiteit aan vezels en iedere vezelsoort heeft naar alle waarschijnlijkheid een andere werking in het lichaam. Dat was de belangrijkste boodschap van het NVVL-FNLI symposium "Meer voedingsvezels: welke, waarom en hoe?", dat op 10 november in Utrecht werd bijgewoond door circa 150 voedingskundigen, levensmiddelentechnologen en diëtisten.

 Toegevoegde vezels kunnen niet gelijkgesteld worden met vezels uit de voeding', aldus prof. Gertjan Schaafsma, voorzitter van de Gezondheidsraadcommissie die in 2006 de vezelrichtlijn heeft opgesteld. 'Deze vezels kunnen maar tot op zekere hoogte bijdragen aan de vezelinname. Ze zijn geen vervanging voor de complexe vezels uit de voeding.'

Dr. Henk Schols, universitair hoofddocent levensmiddelenchemie aan Wageningen Universiteit, gaf een inkijkje in de complexiteit van voedingsvezels. Zijn belangrijkste boodschap was dat er ontzettend veel verschillende soorten vezels zijn, met totaal verschillende chemische eigenschappen, die zich ook nog eens verschillend gedragen in diverse voedingsmiddelen. Omdat de kennis over de specifieke functies van elk van de verschillende vezels in het lichaam nog grotendeels ontbreekt, heeft de Gezondheidsraad toch slechts één richtlijn opgesteld voor alle vezels bij elkaar: 3,4 gram vezels per MJ. Er is overigens geen fysiologische reden voor koppeling van de vezelrichtlijn aan de hoeveelheid energie uit de voeding; het is meer uit praktische overwegingen gedaan. Omgerekend komt de vezelrichtlijn voor volwassenen neer op 30 à 40 gram per dag.

Basisvoeding levert niet genoeg vezels
I
n de praktijk is het lastig om de vezelrichtlijn binnen te krijgen. De basisvoeding levert 25 gram vezels, zo liet dr. Henk van den Berg van het Voedingscentrum zien. Maar er zitten ook vezels in niet-basisvoedingsmiddelen. Vezelrijke tussendoortjes kunnen daardoor flink bijdragen aan de vezelinname. Toch blijkt de vezelrichtlijn in de praktijk alleen haalbaar als de gehele voeding bestaat uit voorkeursproducten, aldus Van den Berg.

Voorbeelden van vezelrijke niet-basisvoedingsmiddelen (tussendoortjes) volgens Van den Berg:

  • studentenhaver
  • Cracottes
  • Evergreen biscuits
  • Liga fruitkick
  • Sultana
  • volkoren ontbijtkoek
  • Hero B'tween
  • popcorn
  • rijstwafels

Sommige vezels vallen tussen wal en schip
Wereldwijd is er geen uniforme wettelijke definitie voor vezels, zo bleek uit de presentatie van dr. Marieke Lugt van Friesland Campina. Dit is vooral lastig voor producten die in landen buiten de EU op de markt worden gebracht. De Europese Unie telt alle koolhydraatpolymeren met minimaal 3 monomere eenheden mee. De Codex Alimentarius legt de ondergrens echter bij 10 monomere eenheden en laat nationale overheden zelf beslissen of de categorie tussen 3 en 9 monomere eenheden er ook onder valt. Lugt: 'De Codex Alimentarius is weliswaar geen bindende wetgeving, maar veel landen buiten de EU nemen wel hun aanbevelingen over en vertalen dat in nationale wetgeving. Nieuwere stoffen met een bewezen vezelwerking, zoals galacto-oligosachariden, vallen hierdoor tussen wal en schip.' Lugt illustreerde dit aan de hand van Vivinal GOS, een vezel van het galacto-oligosaccharide soort, ontwikkeld door Friesland Campina. Deze vezel bestaat voor eenderde uit vezels met 2 momomere eenheden en voor tweederde uit vezels met 3-8 monomere eenheden. In de EU mag tweederde van het Vivinal GOS gehalte als vezel gedeclareerd worden. De overige eenderde moet dan als koolhydraten gedeclareerd worden. Buiten de EU hangt het van het land af, of Vivinal GOS überhaupt als vezel gedeclareerd mag worden. Ook de eisen voor de energiewaardedeclaratie zijn niet uniform. In de EU tellen vezels vanaf 31 oktober 2012 voor 2 kcal per gram mee. De Codex Alimentarius heeft zo'n energiebijdrage niet opgenomen, dus buiten de EU hoeven vezels niet meegeteld te worden bij de energiewaardedeclaratie. Voor FrieslandCampina is dit alles geen aanleiding om de samenstelling van Vivinal GOS aan te passen. Lugt: 'We moeten het er maar mee doen.'

Vezels hebben een negatieve smaakassociatie
Dr Bertine Philipsen van Hero oogstte veel lof met haar openhartige presentatie over waarom Hero ActiFruit geen succes in de markt is geworden. Dit 100% natuurlijke product werd in 2006 op de markt gezet met als claim: "Je dagelijkse portie extra vezels puur uit fruit." Het product bestond voor 100% uit fruit en leverde 3,3 gram fruitvezels per 100 ml, zonder toegevoegde vezels. Dit is meer dan de huidige - wel succesvolle - producten van Hero, zoals Fruit2day (1 gram fruitvezel per 100 ml) en Fruit&CO (2 gram vezels per 100 ml). Philipsen: 'Als mensen het proefden vonden ze het lekker, maar ze kochten het niet doordat de term vezels een negatieve smaakassociatie had. Je dagelijkse portie extra vezels sloeg niet aan omdat een vezeltekort niet als een gezondheidsprobleem werd gezien. En dat er natuurlijke vezels in zaten, was geen pre. Het type vezel, natuurlijk of toegevoegd, is geen issue voor de consument.' Volgens Philipsen vergt het een lange adem als je alles over vezels wilt uitleggen aan de consument. Het is beter om aan te sluiten bij de belevingswereld van de consument. Philipsen: 'Zo leggen consumenten inmiddels wel de link tussen vezels en stoelgang.'

Praktische tips
Tijdens het symposium passeerden allerlei praktische tips om de vezelinname te stimuleren de revue. Voor mensen met een slechtzittend gebit zijn aardappelsalade en pastasalade vezelrijke keuzes, volgens prof. Lisbeth Mathus-Vliegen van de Universiteit van Amsterdam. Zij legde uit dat het vezelgehalte toeneemt tijdens het afkoelen van aardappelen en pasta. Zetmeel wordt dan omgezet in "resistent zetmeel", dat niet in de dunne darm wordt verteerd en dus een vezel is. Overigens is dit proces omkeerbaar: bij het opwarmen van afgekoelde aardappelen of pasta, worden de zetmeelvezels weer omgezet in gewoon zetmeel.

Ir. Gerard Kramer van de Consumentenbond liet zien dat het vezelgehalte van meergranenbrood erg varieert, van 5,3 gram tot 9,4 gram per 100 gram. Gemiddeld genomen is het vezelgehalte hetzelfde als van volkorenbrood (7 gram per 100 gram). Consumenten denken echter dat het vezelrijker is omdat meergranenbrood (door moutmeel) vaak donkerder gekleurd is. Een vertegenwoordigster van de bakkerijsector gaf een tip om vezelrijk (verpakt) meergranenbrood te herkennen: op de ingrediëntendeclaratie staat dan meel in plaats van bloem.

Jeroen Willemsen van TOP B.V. liet zien hoe je met minimale bewerking een smakelijke vezelrijke aardbeiensmoothie kunt maken. In de pauze was er een proeverij met deze smoothie en andere verzelrijke producten. Zo liet Barentz een appeltaart met lupinevezel proeven, die voldoet aan de criteria voor het "Ik kies bewust" logo. En was vezelrijke yoghurt van Sensus te proeven.

Volgens Ina Panneman, zelfstandig gevestigd (sport)diëtist in IJlst, hoeft een vezelrijke voeding niet duur te zijn. Ze rekende voor dat een gezonde dagvoeding met voldoende vezels nog geen 5 euro hoeft te kosten. Groente, fruit, volkoren brood en aardappelen zijn verantwoordelijk voor slechts de helft van de kosten, maar leveren 97% van de vezels. Vezelrijke producten zijn volgens Panneman lijnzaad, zonnebloempitten, peulvruchten en noten. 

ir. Angela Severs
Scriptim communicatie over voeding

NVVL-FNLI symposium: 'Meer voedingsvezels: welke, waarom en hoe?'

Locatie: Hogeschool Domstad, Utrecht
Datum: 10 november 2009

 

Voedingsvezels zijn belangrijk voor de gezondheid. Met het oog op preventie van hart- en vaatziekten adviseert de Gezondheidsraad een inname van 30 tot 40 gram per dag. De gemiddelde consument haalt dit echter bij lange na niet. Hoe kan de vezelconsumptie worden verhoogd? Wat is de te behalen gezondheidswinst? En niet onbelangrijk: wat wordt precies onder voedingsvezel verstaan en zijn toegevoegde vezels even goed als vezels uit volkoren brood?

Om deze vragen te beantwoorden organiseren de NVVL (Network for Food Experts) en de FNLI (Federatie Nederlandse Levensmiddelen Industrie) komend najaar op 10 november a.s. een symposium over voedingsvezels. Het onderwerp zal vanuit diverse hoeken worden belicht waaronder de wetenschap, de diëtetiek en de levensmiddelenindustrie.

Het symposium richt zich met name op voedingskundigen, levensmiddelentechnologen, productontwikkelaars, (bedrijfs)diëtisten, marketeers, vertegenwoordigers van NGO's en beleidsmakers. Maar ook andere geïnteresseerden zijn van harte welkom om dit symposium bij te wonen en mee te discussiëren over dit actuele onderwerp.

Programma

09.30 uur

Ontvangst met koffie en thee

10.00 uur

Welkom
Hans Wildeboer, voorzitter NVVL

10.05 uur

 

Vezel in voeding, historie en perspectief naar de toekomst 

Professor Gertjan Schaafsma (lector Sport, Voeding en Leefstijl, Hogeschool Arnhem-Nijmegen), dagvoorzitter

10.35 uur

Voedingsvezel en gezondheid: een panacee of louter darmvulling?

Professor Lisbeth Mathus-Vliegen (Universiteit van Amsterdam

11.05 uur

Pauze

koffie en thee

11.35 uur

EU en Codex definities van vezel vastgesteld: is er nu een uniforme definitie?

Marieke Lugt (FrieslandCampina)

12.05

Hoe krijg ik voldoende voedingsvezel binnen?

Henk van den Berg (Voedingscentrum)

12.35 uur

Lunch

14.00 uur

Voedingsvezel: chemische structuur en (bio)functionaliteit

Henk Schols (Wageningen Universiteit)

14.30 uur

Case vezelrijke producten: Gepascaliseerde Vezel-Smoothie: proces- en productonwikkeling sterk vervezeld.

Jeroen Willemsen (TOP B.V.)

14.45 uur

Case vezelrijke producten: Hero Fruitdranken

Bertine Philipsen (Hero)

15.00

Pauze met proeverij van vezelrijke producten

(Smoothie van TOP B.V., koekjes van Barentz en zuivel van Sensus)

15.45 uur

Case vezelrijke producten: Vezels in meergranenbrood

Gerard Kramer (Consumentenbond)

16.00

Vezels in de praktijk

Ina Panneman (zelfstandig gevestigd diëtist)

16.30

Discussie

16.35

Afsluiting door Philip den Ouden (FNLI)

17.00

Afsluiting / Borrel

Sluiten